Bootjes, busjes en taxi’s

Vanuit Kalaw starten we een driedaagse trektocht met als eindpunt Inle Lake. We vertrekken met een groepje van 9. Een Australische, een Canadese, een Poolse, een Franse, drie Nederlanders en wij. Het is een kleine trektocht door de rijstvelden, bossen en droge rode zand. Onze zware rugzakken worden al op voorhand gedropt in een van de hotels in een stadje aan de oever van het meer. Onze eerste dag eindigt in een kleine dorpje in de bergen. We slapen bij een familie. Er liggen 9 matrassen allemaal naast elkaar op de grond en in de ruimte naast ons slaapt de familie. Ik voel me al stukken beter, maar Liza heeft nu mijn verkoudheid overgenomen.

Na een gezellige nacht op een veel te dunne matras gaat onze trekking verder. Liza begint meer en meer te snotteren en dat verstoord de stilte van de natuur. Als we een lokaal dorpswinkeltje tegenkomen blijven we er even plakken om een koud biertje binnen te gieten. Het zijn vooral de Canadese en de Australische die aan het woord zijn. Liza en ik moeten er niet veel van weten. Het zijn twee van die typische Engelssprekende aftreksels. Het enige waar zij aan denken is om zo snel mogelijk de dag door te wandelen om dan in de avond bier te kunnen zuipen. Ze zouden beter wat meer joggen en minder drinken, dikke padden. Met de rest van de groep gaat het wel goed. ’s Avonds slapen we in een klooster bij de monniken. Het eerste wat onze dikke padden vragen is of er daar bier is. Man man man, mocht ik een knuppel hebben sla ik ze tot paddenstoemp.

Het klooster bestaat grotendeels uit hout. Een soort hoofdgebouw met wat kleine bijgebouwen er rond. In het hoofdgebouw slapen wij samen met nog heel wat trekgroepen. Een gezellige nacht van gesnurk en gewoel. Af en toe loopt er een kleine monnik op zijn tenen langs mijn oren naar het toilet. Het is een klooster waar kleine monniken in de leer zijn. ’s ochtends tijdens het ontbijt hoor je ze hun gebeden in groep zingen. Daarna zien we enkele mini-monniken naar buiten komen om de straathonden eten te geven. ’s Nachts is er een Hollandse duts van de trap gesukkeld. Ze was al heel de trekking een echte duts, dus het is goed dat ze afvalt en een taxi neemt. Daag

Op de middag eten we onder een van de vele paalwoningen op het Inle meer. Maar ons Liza voelt zich nog minder goed. Na de trekking boeken we een hotel in het dorp aan het meer en Liza gaat met koorts naar bed. In de avond ontmoet ik mijn vriendjes Sofie en Elias uit BelgiĆ«. Het doet zo’n deugd om vertrouwelijke gezichten te zien en Nederlands te spreken.

Liza heeft verschrikkelijk veel oorpijn en blijft koorts maken dus vertrekken we om 6u30 naar het lokale ziekenhuis. Een willekeurige persoon aan wie we de weg vragen biedt ons aan om ons gratis te voeren. We worden gedropt aan het lokaal ziekenhuis en gaan naar binnen. Consultaties vanaf 9u, lap het is nog maar 7u. Er zit niets anders op dan op de trap voor het gebouw te wachten. Hier en daar liggen er wat bloedvlekken op de trap en af en toe horen we een man krijsen vanuit het gebouw aan de overkant. Als de dokter ons bij zich roept zegt ze al gauw dat ze Liza niet kan helpen. We hebben een oorspecialist nodig en zij heeft het materiaal niet om in haar oor te kijken.

Terug naar het hotel met het adres in de hand van een groter privaat ziekenhuis. Het hotel regelt voor ons een taxi en we rijden 20km verder naar het volgende dorp. Eenmaal binnen worden we warm onthaalt en zegt men dat de oorspecialist onderweg is en dat we nog 90 minuten moeten wachten. Lap zeg, ons Liza kan niet meer van de pijn. Wonder boven wonder is de specialist er al na een half uur. Acute middengehoorgangontsteking, iets dat uitzonderlijk bij volwassenen voorkomt. Typisch. De ziekenhuisapotheek regelt de nodige medicatie en we betalen in totaal zo’n 47000 kyat (32 euro) voor de medicatie en het consult. Wanneer we na 2 uur uit het ziekenhuis komen staat onze hoteltaxi er nog altijd, die jonge kerel is gewoon blijven wachten. We hadden op voorhand een prijs afgesproken, maar wij hadden dat enkel afgesproken voor de heenrit. Wanneer we terug bij het hotel zijn rekent hij de terugrit niet aan, enkel de afgesproken prijs. Wat een gentleman.

In de avond gaan we allemaal samen naar de avondmarkt om iets te eten. Het stelt niet veel voor, maar met de vrienden was het wel gezellig. De volgende dag huren we een boot samen met Sofie en Elias en nog twee Amerikanen die zij kennen. We varen het meer af en passeren de typische toeristische trekpleisters waaronder de zilversmid, lotuswevers, langnek vrouwen enzovoort.

We nemen de nachtbus naar Bago. Niet meteen ons eerste gedacht om naartoe te gaan, maar het ligt nu eenmaal op onze weg. Wanneer we rond 6u aankomen hebben we al snel door dat dit geen stad is waar je langer dan enkele uren kan blijven. We boeken op straat direct een bus naar Mawlamyine. Dit is een vissersstad iets zuidelijker en er zouden veel verlaten koloniale gebouwen zijn. We hadden op voorhand niets geboekt en gingen dus op zoek naar een slaapplaats. Uiteindelijk vonden we een motel in het midden van de stad. Maar door het slenteren in de stad hadden we ook al door dat dit niets voorstelt. Het is inderdaad een spookstad met niets voor toeristen. Aan de ene kant heeft dat zijn charme als er helemaal niets tastbaars is met de Westerse wereld, aan de andere kant voelt het ook altijd wat ongemakkelijk. Ik betrap mezelf er af en toe op wanneer mijn ogen over de straten glijden op zoek naar iets Westers. Ooit waren er hier vele Britse soldaten en die hebben prachtige koloniale huizen nagelaten. Villa’s waar je in BelgiĆ« hopen geld voor zou krijgen. Het zijn allemaal afgebladderde pastel gekleurde kasten van huizen, de ruiten zijn ingegooid en de tuinen zijn verwilderde jungles. Als ik mijn ogen sluit zie ik een Beverly Hills wijk, als ik ze open zie ik inderdaad een spookstad. ’s Avonds spring ik achterop een van de brommertaxi’s en keer ik terug naar het busstation om een nachtbus te boeken naar onze laatste Myanmar stop, Yangon(Rangoon). De economische hoofdstad van Myanmar. Ons vliegtuig naar Jakarta vertrekt pas de 14de April, dus we zitten nog even gevangen in Myanmar.

Myanmar is een mooi land. Voor we hier aankwamen hadden alle vrienden gezegd dat dit “backpackers Paradise” is. Ik vind dit persoonlijk niet zo. De mensen zijn hier super vriendelijk, voor mij het vriendelijkste van alle landen die we tot nu bezocht hebben. Je hebt hier ook nooit het gevoel dat je “in t’zak” wordt gezet. Maar hier kan je niet van dorp naar dorp wandelen, daarvoor zijn de afstanden te groot. Het grootste deel van Myanmar is natuur en niet bewoond of ontdekt. Het eten is spotgoedkoop, maar door een of andere reden durven ze zeer hoge prijzen vragen voor hun slaapplaatsen. Er is buiten de natuur niet veel te zien. Het land heeft je wel het gevoel dat je nog altijd een van de eerste reizigers, ontdekkers bent en dat maakt het een spannende bestemming. Het is een ideaal transitland, twee weken is meer dan genoeg.

2 reacties

  1. Mille Martine
    ·

    Vezorg je motje en alles ok verder gaat mag ik misschien in het weekend naar huis na 7 weken,zoentjesmams

    Beantwoorden
  2. Deckmyn Paula
    ·

    Fijn om de vrienden te ontmoeten.
    Mooie beelden Liza zorg maar voor de oortjes
    je zal ze nog lang nodig hebben!!!!!
    Kus

    Beantwoorden

Laat een reactie achter op Deckmyn Paula Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *